Voor ons is het heel duidelijk: jenever heeft twee belangrijke ingrediënten: jeneverbes en moutwijn. Maar wat is moutwijn nu eigenlijk?

 

Moutwijn is alcohol die wordt gestookt op basis van granen.
Vroeger - in het allereerste begin dat mensen leerden distilleren - kende men enkel alcohol gestookt uit wijn: brandewijn. In dezelfde trant is men dan brandewijn op basis van gemoute granen 'moutwijn' gaan noemen.

 

Alles begint met het bereiden van een beslag. Men gaat meel mengen in warm water. Daarna voegt men mout toe. Mout is gekiemd graan dat ergens tijdens het kiemproces werd gestopt door het te drogen (het zgn. 'eesten').
Zo kan men het bewaren en blijven de enzymes toch hun activiteit behouden.
Want daar draait het om: enzymes. Het kiemplantje heeft energie nodig om te kunnen groeien en dat haalt het uit het zetmeel. Dat zetmeel wordt naar suikers omgezet door de enzymes.

 

Van deze enzymes maakt de stoker nu gebruik. De enzymes in de mout zullen het zetmeel uit de andere granen omzetten naar suikers. Deze suikers worden daarna door de gist omgezet naar alcohol. Hoe meer suikers, hoe meer alcohol.

Maar elke soort graan draagt ook bij aan de specifieke smaak van moutwijn. Dat is belangrijk, anders zou je gewoon suiker kunnen gebruiken om alcohol te stoken. Maïs en tarwe geven een malse, zachte moutwijn maar met iets minder 'body'. Wil je een meer uitgesproken smaak, dan is rogge het beste. Maar dan wordt de smaak ook wat 'zwaarder'...

Hoeveel moutwijn er in de jenever zit... Tja, dat is het geheim van de stoker. Elk van onze jenevers heeft zijn eigen percentage moutwijn en daarmee ook z'n eigen karakter. Bovendien stoken we ook Hasseltse jenever en die heeft door de rogge een veel meer uitgesproken smaak.